N.B. : Dit artikel heb ik toegespitst op de voorgenomen dekbeperking van de Nederlandse Labradorvereniging (NLV) en de achterbakse en oneigenlijke manier waarop de NLV dit “democratisch” tracht te bewerkstelligen. Tevens houdt dit artikel een waarschuwing in voor de Labradorkring Nederland (LKN) om niet hetzelfde onzalige pad te bewandelen. Het volledige artikel vindt u hier.
De voorgestelde dekbeperking van de Nederlandse Labradorvereniging (NLV) en de neiging daartoe van de Labrador Kring Nederland (LKN)
Wanneer de storm in de kynologie is geluwd en de mensen van de barricaden zijn verdwenen, onderneemt het kynologisch establishment zo nu en dan pogingen om oude en reeds lang overleden konijnen uit de hoed te toveren. Dat is thans ook het geval bij de zogenaamde “dekbeperking van reuen”.
Geen enkele serieuze hobbymatige labradorfokker zal betwisten dat goede gezondheidseisen van belang zijn voor het fokken met labrador retrievers. Ook wordt er niet getwijfeld aan het belang van het welzijn van de labradors waarmee wordt gefokt.
Het wordt echter een heel ander verhaal wanneer de regeldrang zover gaat dat men de fokkers hun eigen verantwoordelijkheid wil afnemen, wanneer men de fokkers beschouwt als mensen die ondanks hun jarenlange ervaring te weinig inzicht hebben in de Nederlandse labradorpopulatie, wanneer besturen van labradorverenigingen, zelf zonder enige kennis en ervaring op het gebied van de fokkerij met labradors, koste wat het kost hun gelijk proberen te krijgen met behulp van “deskundige” en “wetenschappelijke” inzichten van mensen als Ir. Ed Gubbels, die zich jarenlang heeft beziggehouden met uitermate controversiële experimenten met beagles. Zie mijn artikel De Harlan Connectie.
De Nederlandse Labradorvereniging (NLV) heeft inmiddels begrepen dat het in de discussie over dekbeperking van de reu niet verstandig is om de controversiële Ed Gubbels en zijn bedrijfjes nog langer ten tonele te voeren. Men heeft nu een andere wetenschapper bereid gevonden die taak op zich te nemen: Jack Windig, bioloog en onderzoeker genetica, die zich heeft gespecialiseerd in het verschijnsel inteelt bij koeien.
Aangezien in Nederland labrador retrievers niet worden gefokt voor de productie van fokdieren en vlees, althans niet door de serieuze hobbyfokkers die zijn aangesloten bij de Nederlandse labradorverenigingen, is het toekomstige of voorgestelde beleid van die verenigingen niet gebaat bij de inzichten van deze bioloog. Lees mijn artikel De evolutie van de kynologie (2001).
De NLV ziet zich dus geconfronteerd met een “probleem”. Enerzijds is men, om welke politieke en persoonlijke redenen dan ook en gemotiveerd door de regeldrang die deze vereniging eigen is sinds 1964, vastberaden om die dekbeperking er door te drukken. Anderzijds bestaat daarvoor geen enkele aanleiding, want de Nederlandse labradorpopulatie is groot genoeg en met meer dan 99% van de nakomelingen van populaire dekreuen wordt niet gefokt. Deze pups worden verkocht als huisdier.
Veel mensen die niet op de hoogte zijn van fokmethoden, waaronder het bestuur van de NLV, zien inteelt als een uitermate verfoeilijk verschijnsel. Dit komt vooral omdat men inteelt bij dieren verwart (en associeert) met incest bij mensen; een antropomorfisme dat zijn weerga niet kent. Dus komt het bestuur van de NLV op een fantastisch idee: laten we een lezing organiseren over inteelt en dekbeperking! Door deze twee onderwerpen, die in de praktijk van de Nederlandse labradorfokkerij zoals die binnen de labradorverenigingen plaatsvindt geen enkel raakvlak hebben, aan elkaar te koppelen, met elkaar te mixen, zal de antropomorfistische afkeer van inteelt zonder enige twijfel zijn weerslag hebben op het oordeel van de aanwezigen (of de lezers van het artikel dat vervolgens in de LabradorPost zal verschijnen) met betrekking tot het onderwerp dekbeperking. Voorwaar, ik voorspel u dat dit zal gebeuren.
Zoals gezegd, inteelt komt bij de Nederlandse labradors die worden gefokt door de leden van de Nederlandse labradorverenigingen niet voor. Een lezing over inteelt bij Nederlandse labradors, zoals die op 29 oktober 2011 zal plaatsvinden in het fokkerijberaad van de NLV door veedeskundige Jack Windig, heeft dan ook geen enkel ander nut dan de aanwezigen te misleiden en het pad naar een dekbeperking te plaveien. Zie ook de tekst van de uitnodiging van de NLV: “met als onderwerp ’Inteelt’ en daarmee samenhangend ‘de beperking van het aantal dekkingen door een reu’.”
Die “samenhang” is er niet en zal er ook niet komen. Er kan immers niet worden aangetoond dat de leden van de verenigingen zich schuldig maken aan inteelt, noch is er sprake van enige behoefte bij die leden om in de toekomst inteelt bij hun honden te laten plaatsvinden.
Wederom zien wij hier een manipulatieve actie van de NLV die getuigt van een enorme onderschatting en zelfs een belediging van de intelligentie van haar leden.
De gevolgen van een dekbeperking bij reuen
Hoewel het bestuur van de NLV, danwel de mensen die daarachter aan de touwtjes trekken, nog altijd van mening zijn dat het fokken van labradors slechts mag worden gedaan door mensen die over meer dan genoeg geld beschikken om financieel compleet onafhankelijk te zijn van deze hobby, leert de praktijk ons dat dit elitaire standpunt al meer dan 35 jaar niet meer kan worden gehandhaafd.
We kennen een verschijnsel dat door mij “de economie van de hobby” wordt genoemd. Het principe van deze economie is dat de hobbyist iets produceert en dat de hij met de opbrengst van deze productie gedeeltelijk zijn hobby bekostigt. In relatie tot de hobbyfokkerij van labradors in Nederland kunnen wij gerust stellen dat de mensen die zich op deze manier met hun hobby bezighouden ervoor verantwoordelijk zijn dat het niveau en de kwaliteit van de Nederlandse labradors zo hoog is.
De economie van de hobby wijkt in principe niet af van de cirkel van andere economieën. Je investeert, je laat je product zien, je produceert, en met de opbrengst investeer je weer.
De Nederlandse kynologie is in de loop der jaren uitgegroeid tot een “big business”. Het bezoeken van shows kost veel geld, net als de stamboomcertificaten, het chippen en de gezondheidsonderzoeken. Deze kosten worden weerspiegeld in de prijs van een pup. De economie van de hobby is derhalve een volkomen geaccepteerd verschijnsel geworden.
Wil je je als serieuze hobbyfokker onderscheiden van de middenmoot, wil je de kwaliteit van de labradors in Nederland verbeteren, wil je de genenpool van de labradorpopulatie in Nederland verbreden, dan dien je over superieur fokmateriaal te beschikken, en dien je dat superieur fokmateriaal nationaal en internationaal te showen. En daar hangt een kostenplaatje aan.
Wij willen graag dat mensen uitermate zorgvuldig zijn bij de aanschaf van een rashond. Daar wijzen wij telkens weer op en het gevolg daarvan is dat potientiële kopers van een labradorpup steeds selectiever worden bij de aanschaf van zo’n pup. Ondanks het feit dat 99% van de pups uit de fokkerij verdwijnen omdat zij slechts als huishond worden gehouden, willen mensen in toenemende mate een pup van kampioensafstamming. We hebben hier te maken met het economische verschijnsel “vraag en aanbod”; niet onbelangrijk voor de economie van de hobby.
Nu is het nog zo dat het voor een topfokker rendabel is om een topreu uit het buitenland te halen. De topreu dekt een aantal teven, waarvoor de dekreu-eigenaar een bepaald bedrag krijgt, de teven krijgen pups, de pups worden verkocht (met 99% van de pups wordt vervolgens niet gefokt), en iedereen is er gelukkig mee.
Maar met een dekbeperking is de aanschaf van superieur fokmateriaal niet langer rendabel, tenzij de prijs van een dekking (en daarmee de prijs van een pup) gigantisch wordt verhoogd. En daarmee komen we bij het economische begrip “risico”. Een drastische verhoging van de prijs van een dekking en de prijs van een superieure pup verstoort de balans tussen vraag en aanbod. De vraag zal verminderen of verdwijnen, en daarmee – op lange of kortere termijn – het aanbod. We hoeven er geen twijfel over te laten bestaan dat dit verschijnsel tot gevolg heeft dat de kwaliteit van de Nederlandse labradorpups die worden aangeboden door de serieuze hobbyfokkers die lid zijn van de labradorverenigingen aanzienlijk zal verminderen. Bovendien zal een toenemend aantal serieuze hobbyfokkers, die zoveel voor de Nederlandse labradorpopulatie hebben betekend, de lier aan de wilgen hangen ten gevolge van de bovenmatige inmenging en de bevoogding van de labradorverenigingen in hun hobby. Een ander gevolg zal zijn dat bepaalde fokkers zich aan het zicht van de labradorverenigingen zullen onttrekken om buiten de invloedsfeer van deze verenigingen (en wellicht binnen de invloedsfeer van de Raad van Beheer) door te gaan met fokken.
Om een lang verhaal kort te maken: de regeldrang van de labradorverenigingen zal op korte en langere termijn NIET tot gevolg hebben dat genenpool van de Nederlandse labradorpopulatie wordt verbreed (er komt immers geen superieur materiaal uit binnen- en buitenland meer binnen), en deze regeldrang zal WEL tot gevolg hebben dat de kwaliteit van de Nederlandse labradorpopulatie er sterk op achteruit gaat. Bovendien ontstaat er een extra probleem voor de rasverenigingen, want hoe lang kunnen zij in dat geval nog waar maken dat de pups van hun leden kwalitatief beter zijn dan de pups van de serieuze hobbyfokker die zich buiten de vereniging om aan alle regels houdt, behalve aan de regel van de dekbeperking, dus nog steeds in staat is om superieur fokmateriaal aan te schaffen en superieur nageslacht te produceren, in tegenstelling tot zijn collega’s in de bevoogdende rasvereniging?
Jaap van der Wijk
Rockanje, 20 oktober 2011












































